----------------------------------------
Heerlijk leesvoer voor op de zondagmiddag...
Kets
Hennn Hennn Heennnn! .... Vroemmm vroemmm Ieeeee beng! Mijn bal is een Ferrari Superrosa. Hij is net zo rood. De zwarte vlakjes erop zijn gewoon kamoeflaasje. Kijk zelf dan. Ze zijn er al bijna afgesleten. Van nul tot honderd in zes seconden. Ik schop hem keihard tegen de muur. Beng! Van nul tot duizend in een triljardste seconde! Hij ketst terug en ik vang hem op.
Ik ga Ferrari een brief schrijven, dat ze alle auto's voetbal moeten maken. Dat gaat pas hard! Ik gooi m'n bal omhoog en vang hem op. Er rijdt een grote vrachtwagen voorbij op de snelweg. Daar zou ik best wel eens willen kijken, op de snelweg. Maar dat mag niet en hij is te hoog om op te klimmen. De auto's zijn vies zeg. Dat komt van de sneeuw met strooisel zegt mijn moeder.
Zou dat hetzelfde strooisel zijn als van Klaas Vaak? Neh. Ik denk dat Klaas Vaak hetzelfde strooisel gebruikt als Sinterklaas. Sinterklaas Vaak. Jaaa!
Elke nacht. Jammer dat je het niet proeft. O ja! Ik droomde dat ik in een Ferrari zat vannacht. Maar die was geel. En op het laatst reed hij over me heen. Beng. Dat was helemaal niet zo leuk. Stomme dromen. Ik leg de bal neer op het gras en neem een aanloop. Van nul tot miljoen in...
Kets.
Ah. Zo staan ze goed. Ik schuif de Russische soldaatjes nog een millimeter naar rechts, met mijn pincet. Ik lurk aan mijn pijp. Ja ik geef toe, ik ben verslaafd. Ik moet m'n hobbyvergrootglas nodig eens schoonmaken. De slag bij de Somme wordt het. Iedereen heeft het altijd maar over Verdun, maar op 1 juli 1916, toen de slag bij de Somme begon, werden de activiteiten aan het gehele Verdun-front getemporiseerd. De Duitser moest ineens zuinig zijn met munitie omdat steeds meer troepen en artillerie werden overgeplaatst naar het Somme-front. En naar het Oostelijk front natuurlijk, waar de Rus een groot offensief was begonnen. De Rus is geel, de Duitser rood, De Engelsen zijn blauw en de Fransen groen. Dit werkje houdt me nu al enkele maanden...
Wel GODverdomme! Godvergloeiende vuil vies tyfus hoerenjong! WEER zo'n achterlijke gore kutbal!
De tranen staan in mijn ogen. Ja die ruit die vergoeden ze wel. Maar dit. De Bom had mijn slag bij de Somme niet harder kunnen treffen. Van hun plaats gerukte soldaatjes hangen in verwrongen houdingen tegen het triplex, mitrailleursnesten zijn vermorzeld. Hele boompartijen zijn als luciferhoutjes geknapt. Maar het allerergste... De kroon op mijn werk, de masten met ragfijne draden waaraan ik de ontluikende luchtsteun had opgehangen... neergehaald! Ik heb Warworks inc. sufgebeld voor schaalgetrouwe modellen van de 'Fokker Dreidecker' en de 'Sopwith Camel'.
Helemaal uit Amerika kwamen ze, uiteindelijk. Met oneindig geduld gemaakt en opgehangen. En nu... vermorzeld. stukgeslagen door een goedkope speelbal.
Dit... Dit... Hier zal ze voor boeten! De slet. En maar neuken en kinderen werpen ik heb haar godverdomme nog nooit met een man gezien. Geen wonder dat dat hoerenjong opgroeit voor galg en rad. Ik pak de telefoon en druk op autodial 9.
Kets.
Oh Kut. Weer een rekening. Hoe moet ik dat in godsnaam betalen? Ja dat weet jij ook niet he schatje o wat zit je weer lekker te glimlachen tegen mama.
Wat zit je weer te sjansen ja het is ook zo lekker he meisje. En... hap!
Vroem vroem Iee... happekee! He schatje niet met je handjes in je bordje!
Zucht. Toe nou liefje. He, de telefoon? Ik maak een grappig gezicht naar je.
'Wie zou dat toch zijn, op dit uur van de dag...' Ik neem op.
'Hallo buurman? Lang niet gesproken...
-Ho! Ho eens even, luistert u eens, we gaan niet beledigend worden, ik heb u de vorige keer al gezegd dat...
-OH nee. Ho! Nee hoor. Meneer nu gaat u te ver...
-Buurman? Buurman als u zo door gaat hang ik op hoor?' Maar hij gaat toch door. Ik druk hem weg. De telefoon gaat weer. Ik leg de hoorn van de haak.
Ik schud mijn hoofd. Het huilen staat me nader dan het lachen. 'Hoer?' Waar haalt hij het gore lef vandaan? Oh dat rotjong. Ik ren naar het raam maar hij heeft zich natuurlijk ergens verstopt. En daar komt mijn koppijn weer aan. Ik kwam al niet uit. Hoe moet ik die ruit in godsnaam ook nog eens gaan betalen? O ja, begin jij ook nog eens lekker te janken. Getver! Dom kind. Je hebt je zelf helemaal onder gesmeerd. Ik trek je bordje onder je neus weg en geef je een tik.
'Stom hoerenkind!' Auw. Wat zeg ik nou weer. Je kijkt verbaasd en zet het op een brullen. Ik hijs je uit de kinderstoel op schoot. Ik streel je ruggetje maar je brult door, ontroostbaar. O wat ben ik toch een domme slet. Tranen rollen over mijn wangen. Ik leg de hoorn er op, pak hem weer op en druk op autodial 9.
Kets.
Wat doet ze het goed zeg. Wat doet je moeder het goed! Oh wat een prachtig moment. Dat we dit mee mogen maken he kleintje! En ze heeft ons nog het script gegeven ook, weet je dat? Nee, nee jij ondeugd. Blijf zitten! Ja lekker is dat he, lekker badderen? Lekker spetteren met het warme water he? Hé niet over dat prachtige script van je moedertje! Kijk nou uit het wordt helemaal nat. Niet doen hoor. Ja? Ja? Jij snoetje! Goed, waar zijn ze? O hier, ik zie het al... Ik schrob je armpjes zachtjes met het washandje en volg met een half oog het script en het scherm.
(...patient wordt de traumakamer ingereden, camera volgt Suzanne de hal in terwijl een ambulance arriveert, ze vangt de nieuwe slachtoffers die binnenkomen op. Er zijn twee patiënten, een jong meisje en een man van eind twintig. De moeder van het meisje, met hoofddoek, loopt naast haar brancard)
Ambulancebroeder: Meisje, 12 jaar oud, buiten bewustzijn ...niet heel ernstig. Heb haar 300 mg benzoephedrine gegeven, op locatie.
Suzanne: (kijkt naar de andere patiënt)
Vrouw: (hysterisch) Hij... hij haar redden... mijn baby... hij springen er voor... zij hem doodschieten... oh god oh god... hij gaat leven?... hij haar redden... hij haar redden! Zij mijn kindje anders doodschieten... (huilt)
Suzanne: Wie bedoelt u, mevrouw?? Wie schoot er?
He jakkes. De telefoon. Nou nu even niet hoor. Ik pak de hoorn op en leg hem weer neer. Maar hij gaat direct weer. Met frisse tegenzin neem ik op.
'Ja hallo?' Het is de benedenbuurvrouw. Ach ze is helemaal de weg kwijt.
'Och meisje wat is er met je? Je bent helemaal overstuur.
-Nee meisje meen je dat? Zei hij dat echt?
-Nou nee ik denk niet dat hij dat echt meent hoor. Ik denk dat hij ook over zijn toeren is?
-Ja denk je? Ach. Ach het is toch wat.' Ik laat haar uitrazen en volg ondertussen mijn dochter op televisie. Ik wil het enorm graag zeggen, haar er aan herinneren. Maar dat komt nog wel. Leed gaat voor. Als ze gekalmeerd is geef ik nog wat troostende tips en hang op.
En dan besef ik dat ik jou al een tijdje niet meer hoor. Ik hoor mijn mooie dochter wel, op tv, maar mijn kleinkind...
Ik val bijna over het plastic badje heen. Ik trek je er uit. Je mooie oogjes zijn open en je glimlacht.
Maar je ademt niet. Ik dank god stilletjes voor mijn EHBO cursus en bid voor je leven. Ik pomp zachtjes op je borstje en geef je mond op mond tot je water en pap uit begint te spugen. Dank u Heer. Dank u. Je hikt een paar keer en begint dan te huilen, te brullen als een oordeel. Een heerlijker geluid kan ik me niet voorstellen, op dit moment. Maar ik bel toch 112. Ik leg kalm uit wat er gebeurd is. 'De ambulance komt er aan, mevrouw!' Ik leg de hoorn neer en ga trillend op de bank zitten, met jou rillend en blerend op schoot. Ik probeer de draad van het programma weer op te pakken. O je moeder! Ik pak de hoorn op en druk op autodial 1. Maar ze neemt niet op. Ik druk op autodial 9, maar ook mobiel reageert ze niet. Aan het feestvieren met haar collega-acteurs natuurlijk. Ik blijf op autodial 9 drukken en zoek in het script op waar ze zijn.
Suzanne- Een twaaf jaar oud meisje neerschieten. Jonge wat stoer.
(Ze arriveren in de trauma kamer. De dokter komt in beeld)
Suzanne- Bernhard neem jij dit meisje even onder handen tot dr. Daan er is, wil je?
Dr. Bernhard- Okee, ik heb haar. Goed we hebben 200 mg Fenfluramine en een dubbele standaarddosis Physostigmine nodig...
Kets.
Bas zoekt een goed station. '... en daarom, 'Faith No More' op Classic Alternative Rock! Ricochet!' Ah, goeie band. Bas zet hem hard en blert mee, terwijl ik plank. '...I'm a ricochet! Its gonna hate you! it's always funny until someone gets hurt...' Dat hij al die teksten weet, dat is echt ongelofelijk. De sirene huilt en auto's schuiven opzij om ons door te laten. Een klets zoute sneeuw vliegt tegen mijn vooruit. Alweer.
'Godver, wat een kloteweg dit zeg! Gebruiken ze in die achterstandswijken alleen b-merk strooisel ofzo?'
'Zou kunnen, maar iedereen hier gaat wel braaf opzij. Dat is bij Roodenstaete wel anders.'
'Ja dat is waar. Jodenstaete. Ach nou ja. Het is toch geen hoge nood. Als zo'n verzopen koter eenmaal aan het krijsen slaat is er niets meer aan de hand. Dat weet jij ook. Maar een goed gevoel is ook wat waard...'
'Hé euh, hoor eens? Dit soort teksten ventileer je maar tegen je moeder. Als je merkt dat je nonchalant begint te worden wordt het tijd om ander werk gaan zoeken jongen. Dat weet je.' O god daar gaan we weer... Ha gelukkig, afleiding.
'Ach kijk, vrouwtje gestrand!' Het is nog een leuk vrouwtje ook. Blond, mooi gevormd.
'Verdomd! Het is 'Suzanne'! Van die nieuwe serie die we net zaten te kijken!' Ik stop met gierende banden op de vluchtstrook.
'Wat doe jij nou? Ben je helemaal GEK geworden?'
'Luister Bas, dat er een ambulance voor je stopt na je eerste ziekenhuissoap-vertoning, romantischer kan het toch niet? Ik ga dit chickie scoren.'
'Scoren? Jij gaat hier voor op rapport jongen.'
'Prima!' Ik ren naar buiten.
'Wat is er loos mevrouwtje?' Ik wrijf over de stoppels op mijn kin.
'Nou mijn auto hield er ineens mee op en mijn mobiel is leeg. Ik was op weg om mijn moeder te verrassen maar...'
'Geen nood mevrouwtje, we gaan direct voor u bellen! Wat zijn uw gegevens?'
Ze geeft me haar bibliotheekpas mee. Yes.
'Alles komt goed, mevrouw!' Ik knipoog. Ze bloost. Kat in 't bakkie. Ik ren terug naar de auto en zet de sirene weer aan. Bas kijkt me hoofdschuddend aan.
'Ik kan niet geloven dat jij levens riskeert voor je pleziertjes.'
'Ach kalm toch man. Dit is helemaal geen noodgeval, dat weet je best. En we zijn er al. Kijk maar, die groene flats daar rechts, daar is het. Paar honderd meter van de afrit begint de parkeerplaats al. Panieklijer.' Ik haal mijn schouders op en zet de sirene uit. Maar ik zet, ondanks mijzelf, de voet toch op het gaspedaal. Met gierende banden rijden we de afrit af.
Hé waar is die ziekenauto nou? Al weer weg. Zie je wel? Er gebeurt nooit wat. Het wordt alleen maar donker. Ik wil naar huis, maar ik durf niet. En ik durf ook niet bij de buurman om mijn bal te vragen. Hij heeft hem toch al stuk gesneden. Ik heb best wel lang in de struiken gezeten. Ik ben helemaal stijf. Het stinkt er. Iech. Een klein beetje als je er net zit, maar dat wordt steeds erger. Maar de kust is veilig ofzo, denk ik. Mama komt me nu niet meer zoeken. Niemand komt ons ooit opzoeken hier. Kijk maar. Er staat geen ene auto op de parkeerplaats. Ik ga op het asfalt liggen en zwaai met mijn armen en benen. Er komt toch nooit iemand.
----------------------------------------